Behoefteonderzoek ondersteuners

Ondersteuner

Van de ICT/AV medewerkers heeft ondegeer de helft zeer regelmatig met weblectures te maken (56%) en hadden resp. (24%) in enige mate ervaring met weblectures en 20% zelf (nog) geen ervaring met weblectures. Er moet in de weblecture-ondersteuning een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen Functioneel beheer en Technisch beheer. Waar de technisch beheerder vooral over de hardware gaat moet de functioneel beheerder vooral het maximale resultaat behalen met behulp van de middelen die hem / haar zijn gegeven.

Dit behoefteonderzoek is met name gericht op het functioneel beheer. Tussen de instellingen waren er duidelijke verschilen, denk aan de aanbieders, de faciliteiten en de organisatiestructuur. Hierdoor was er behoorlijk variantie in de antwoorden. Dit is binnen de instelling zeer verschillend georganiseerd; varierend van een professionele dienst tot student-assistenten die na een korte training opnemen verzorgen. De ondersteuners geven zonder uitzondering aan dat het omgaan met beeld en geluid bekend terein is. Ze beschikken over voldoende basiskennis van de techniek waarmee weblectures worden opgenomen, ofwel kunnen dit zichzelf eenvoudig eigen te maken. Een achterwacht die bij groot technische problemen kan helpen is echter essentieel (75%). Vaak is die persoon binnen de instelling aanwezig bij ICT (56%) ofwel is er direct contact mogelijk met de leverancier (44%).

<grafiek invoegen>

Het meerendeel van de ondersteuners is per saldo tevreden over de apparatuur waarmee gewerkt moet worden (vast opstellingen, mobiele sets). Verbeterpunten die worden aangegeven hebben veelal te maken met het geluid van de opnamens. Interactie tussen de spreker en publiek blijft lastig te registreren, met name in een grote zaal. Wanneer er gewerkt wordt met ruimte-microfoons gaat het registreren van interactie mischien wel beter, maar moet er sterk worden ingegrepen om ongewenste geluiden te onderdrukken. Voor het vastleggen van goede beelden is het soms lastig om de juiste wit-balans te vinden, zeker wanneer er in een ruimte wordt gepresenteerd waar de spreker in het donker staat, ofwel recht voor de presentatie staat. Het opnemen van colleges waar docenten fanatiek rondlopen worden als lastig ervaren. Daarom probeert het meerendeel (70%) van de ondersteuners hier vooraf afspraken over te maken. De steeds wisselende settings waarin colleges moeten worden opgenomen (mobiele-set) wordt altijd als lastig ervaren; het opbouwen en afbreken kost iedere keer tijd. ook moet rekening worden gehouden met lichtval, indeling lokaal etc. Ondersteuners geven aan hierin hun weg wel te vinden, maar zouden meer informatie over een goede opname-setting zeker waarderen.  

<grafiek invoegen>

Over het distribueren van weblectures zijn meestal afspraken aanwezig (60%). Over het algemeen worden opnamen beplaatst op een weblectures-portal. Docenten krijgen de link toegestuurd ofwel worden geacht de opname zelf op te zoeken. Ze moeten de opnamen uiteindelijk zelf ontsluiten via het door hun gekozen medium (de elektronische leeromgeving danwel website). Tussen de instellingen zijn duidelijke verschillen in de aandacht die uitgaat naar bv. afscherming van opnamen en metadateren. Ondersteuners geven aan dat zij voor deze aspecten meer aandacht zouden willen. In het algemeen worden opnamen niet nabewerkt ofwel verrijkt met interactieve elementen. Er is relatief weining ervaring bij ondersteuners met nabewerking van opnamen omdat hiervoor in principe geen tijd beschikbaar is. Wanner dit wel wenselijk / begroot is, lopen de mogelijkheden per aanbieder bovendien sterk uiteen.

Conclusie: Ondersteuners geven aan dat ze docenten voldoende kunnen instrueren over de specifieke punten die voor een weblecture van belang zijn (beeld / geluid). Ze geven aan niet zozeer bezig te zijn met de didactiek maar laten dit ook graag aan een onderwijskundige / adviseur. Over de organisatie omtrent weblectures zijn er meer verbeterpunten: er moet teveel moet gebeuren in een korte tijd (van intake, opname, ontsluiten). Ook zijn processen niet altijd helder geregeld. Weblectures zijn er een beetje bijgekomen (zonder overleg). De professionalisering moet zich dan vooral ook richten op organisatie