BKO - competenties onderwijsgevenden

Weblectures en digitale media kunnen een belangrijke rol spelen in het hoger onderwijs. Om daar goed gebruik van te maken worden specifieke competenties van een docent gevraagd. We adviseren daarom in de BKO-opleiding een module ‘Digitale media & weblectures’ op te nemen. Een docent zal dan werken aan didactische, technische en organisatorische competenties. Op deze pagina worden de competenties voor het onderdeel weblectures beschreven. Daarbij wordt er verwezen naar trainingsmateriaal en opdrachten die gebruikt kunnen worden in het professionaliseringstraject van onderwijsgevenden.

 

Voorkennis:
Om te werken met weblectures gaan we uit van een bepaalde voorkennis en basiscompetenties.

-         Onderwijs ontwerpen (leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing met elkaar in overeenstemming)

-         Bordgebruik

-         Basis presentatievaardigheden (Helder en gestructureerd uitleggen)

-         Kennis van verschillende leerstijlen

 

Aanvullende competenties

In de BKO module waarin docenten worden getraind in de competenties die van belang zijn om te kunnen werken met weblectures zijn de volgende categoriën en competenties te onderscheiden:

 

Didactische competenties

  • Ontwerpen van onderwijs 

    Onderwijs ontwerpen
    De docent kent de principes van constructive alignement.

    De docent is in staat om een cursus te ontwerpen volgens die principes. Dat betekent dat leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing (feedback en assessment) met elkaar in overeenstemming zijn.

    De docent kent de hoofdcategoriën weblectures en de kenmerken van de diverse weblecturevarianten en kan deze onderscheiden.

    De docent is in staat om op basis van de gewenste leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing een keuze te maken voor een bepaalde weblecturevariant. 

 

  • Uitvoeren van onderwijs 

    Didactische wendbaarheid
    De docent maakt gebruik van passende werkvormen. Daarbij dient zo goed mogelijk te worden aangesloten bij individuele kenmerken van studenten (leerstijl, leerbehoefte, leerniveau, etc.).

    De docent kent, en houdt rekening met, de technische beperkingen van een weblecture (microfoongebruik, overgang dia's, etc.).

    De docent kent de toepassingsmogelijkheden, voordelen en activiteiten per weblecturevariant en zet deze op de juiste momenten in. Zie hiervoor ook de didactische handleiding (-- link toevoegen--)

    Presentatievaardigheden
    De docent kan helder en gestructureerd uitleggen, daarbij rekening houdend met de aandachtspunten bij presenteren of instrueren tijdens een weblecture.

    De docent kent de beperkingen van een camera en microfoon afhankelijk van de soort groep en gekozen werkvorm.

    De docent articuleert duidelijk en wisselt af in intonatie en stemvolume.

    Bewust docentschap
    De docent maakt gebruik van weblectures (opnames van eigen colleges) voor reflectie op eigen docentgedrag. De docent wordt hierdoor bewust van de eigen sterktes en zwaktes en de ontwikkeling van een persoonlijke doceerstijl.

 

 

Technische competenties

  • Bewerking vooraf of achteraf

    Onderwijs ontwerpen en weblecture verrijken
    De docent is in staat om zelf een weblecture te bewerken en kent de basisfunctionaliteiten van de bijbehorende software. Denk hierbij aan het verrijken met tekst, audio of opknippen van de weblecture.

 

 

  • Bordgebruik
    De docent weet aan welke voorwaarden voldaan moet zijn om bordgebruik zichtbaar te maken in een weblecture. Hij is in staat gebruik te maken van een digibord of kan zorg dragen voor een extra camera dat het bordgebruik registreert.

 

Organisatorische competenties

  • Kennis van auteursrechten
    De docent is in staat om correct te verwijzen naar materiaal van derden of maakt gebruik van rechtenvrij materiaal. De docent heeft kennis van de creative communs licenties.

 

  • Toegankelijk maken weblectures
    De docent kent het proces binnen de eigen instelling om een weblecture zichtbaar te maken voor de studenten. En weet welke mogelijkheden er zijn om de weblecture af te schermen voor een beperkte groep.

 

 

Opdrachten voor professionaliseringstraject onderwijsgevenden.

Doel is om tot de formulering van opdrachten te komen welke de docent in staat stellen zichzelf te professionaliseren. Hiervoor dienen de volgende materialen:

Extra verdieping:

 

Advies tijdsbesteding module ‘Digitale media & weblectures’

Minimaal 4 x 4 uur = 16 uur totaal

Verdeling
- 4 x 2 uur bijeenkomst: training of workshop
- 4 x 2 uur zelfstudie: 4 opdrachten van 2 a 3 uur.

 

Onderstaand schema geeft de geadviseerde tijdsbesteding (percentage) en het belang (plusjes) van de verschillende competenties aan voor de rol van de onderwijsgevenden.

Competenties/rollen:

  1. Didactiek:               +++ (50%)
  2. Techniek:                + (25%)
  3. Organisatie:           ++ (25%)